FIETSEN IN DE BERGEN

FIETSEN IN DE BERGEN

Geschreven op 17-02-2020
Guy Devos


Iedereen weet waarom fietsen in de bergen lastig is, dat is ook in Tenerife zo. Vooral omdat er geen 100 meter vlakke of niet kronkelende weg aanwezig is. Je weet op voorhand dat de weg die je fietst steeds op of neer gaat en telkens weer links en rechts kronkelt. Als je tot op Las Cañadas fietst dan heb je reeds meer dan 2.500 meter in de benen en ben je ruim 7000 voet hoog.

Fietsen in het hooggebergte is nog anders en niet alleen lastig omwille van de hellingen en de bochten. Door de hoogte neemt ook het prestatievermogen sterk af door de lagere luchtdruk. Hoe hoger men gaat, hoe meer de luchtdruk daalt. Waar de luchtdruk op zeeniveau 1013 hPa bedraagt, bedraagt hij op 1.000 meter hoogte nog slechts 906 hPa. Door die verminderde luchtdruk, veroorzaakt door de gedaalde partiële zuurstofdruk, kan er minder zuurstof opgenomen worden in de longen.

Vanaf 1500 meter daalt de maximale zuurstofopname (VO2max) met 1% per 100 meter. De zuurstof, nodig om een bepaalde inspanning te leveren, blijft echter constant. Op grote hoogte moet de fietser dus voor eenzelfde absolute inspanningsintensiteit aan een hoger percentage van de maximale zuurstofopname presteren, wat natuurlijk een verminderde maximale prestatie met zich meebrengt.

In tegenstelling tot de aerobe inspanningscapaciteit, waarvoor zuurstof nodig is en die essentieel is bij duurinspanningen zoals wielrennen, wordt de anaerobe capaciteit (die verloopt zonder zuurstof) nauwelijks aangetast door hoogte. Het vermogen om korte, hevige inspanningen te leveren, bijvoorbeeld een sprint, blijft dus grotendeels behouden. Bij herhaalde sprints, zal het zuurstofgebrek echter een negatieve invloed hebben op het herstelvermogen.

Om de opname, het transport en het gebruik van zuurstof te vergemakkelijken, past het lichaam zich aan. Sommige aanpassingen gebeuren bijna onmiddellijk, andere treden pas op na meerdere uren, dagen of zelfs weken. Vandaar dat hoogtestages bij topsport zo gegeerd zijn.

Directe reacties bij sporten op grote hoogte kunnen hyperventilatie zijn — door meer en dieper te ademen wordt meer zuurstof naar de longblaasjes gebracht — en een verhoogde hartslag. Voor eenzelfde inspanning ligt de hartfrequentie (in rust en submaximaal) op hoogte hoger dan op zeeniveau. De maximale hartslag en het maximale hartdebiet hebben eerder neiging om te dalen, zeker na enkele uren of dagen, wat betekent dat er per minuut minder bloed kan worden rondgepompt in het lichaam. Dit is natuurlijk nadelig bij maximale inspanning omdat er dan minder zuurstof vervoerd wordt van de longen naar de spieren.

Aanpassingen op langere termijn zijn o.m. de verandering van de samenstelling van het bloed door een stijging van het hematokriet, de hemoglobineconcentratie en het aantal rode bloedcellen. Dit verhoogt de maximale zuurstofopname vermits per liter bloed meer zuurstof kan vervoerd worden. Dat is ook de reden waarom hoogtestages ingericht worden. Door hoogtetraining wil men het aantal rode bloedcellen en de hemoglobineconcentratie doen toenemen.
Ook de spieren, waar het zuurstofrijk bloed doorstroomt, passen zich aan en laten het bloed sneller tot in de spiercellen komen. De spier werkt dus meer aëroob en daardoor wordt er minder melkzuur geproduceerd. Deze aanpassingen treden echter pas op na een zeer lang verblijf op grote hoogte.

Fietsen in de bergen kan nog andere problemen meebrengen. Bij inspanningen op grote hoogte is er een verhoogd koolhydraatverbruik, er moeten dus meer koolhydraten worden opgenomen om te vermijden dat er een tekort optreedt en men daardoor onvermijdelijk de ‘man met de hamer’ tegenkomt.
Uitdroging is een ander probleem. De ijle lucht is niet alleen zeer droog, maar door de snellere ademhaling verliest men meer vocht, zeker tijdens hevige inspanning. De kans op dehydratie is niet te verwaarlozen, zeker omdat de hoogte ook het dorstgevoel doet afnemen.
Ook de zonnestraling kan een gevaarlijke factor zijn. Deze uv-straling neemt sterk toe naarmate je hoger gaat fietsen en ligt gevoelig hoger dan op zeeniveau.

Om helemaal eerlijk te zijn moeten we ook nog hoogteziekte toevoegen aan deze uiteenzetting. Tussen 2.000 en 3.000 meter kunnen (meestal milde) verschijnselen van hoogteziekte optreden: hoofdpijn, misselijkheid, duizeligheid, verwardheid, geïrriteerdheid, slapeloosheid.

Als je de berg op wil, moet je niet alleen zorgen voor een goede conditie door voldoende training, je moet ook rekening houden met wat er in je lichaam gebeurt en hoe het reageert bij een zware bergrit.