HONING OP TENERIFE

HONING OP TENERIFE

Geschreven op 29-04-2020
Guy Devos


Dit artikel heeft geen relatie met een vorig gepubliceerd werk onder de naam 'Miel de palma'. Miel staat in dit artikel niet voor honing zoals we deze kennen als bijenproduct en palma staat niet voor het eiland maar voor palmboom.
Het subtropische klimaat, de unieke topografie en de complexe orografie van Tenerife geven aan de fauna en flora unieke eigenschappen. Om dit artikel kleur en smaak te geven gaan we ons enkel vasthouden aan de flora, aan de bloemencombinaties en aan de botanische endemismen die hoofdzakelijk verantwoordelijk zijn voor de kwantiteit, de kwaliteit, de diversiteit en de originaliteit van de honing op Tenerife.

Er staan bijna 10.000 bijenkasten op het eiland die door ongeveer duizend imkers worden onderhouden; bijenkwekers die zich met grote zorg en toewijding bezighouden met het verzamelen van honing.
De inheemse bijen op Tenerife zijn zwarte bijen, die samen gemiddeld 150.000 kilo honing per jaar produceren, wat overeenkomt met ongeveer de helft van wat er op de Canarische Eilanden wordt verkregen.
De verscheidenheid aan kleuren en de verschillende smaken hangen af van de nectar die de bijen naar de kast brengen. De bijen zuigen de nectar uit de bloem en brengen die in hun honingzak terug naar het nest waar het wordt omgezet in honing door toevoeging van enzymen. De nectar van een tajinaste smaakt anders dan deze van een kastanjebloesem, maar ook de kristallisatie heeft invloed op de smaaksensatie en bovendien speelt de hoogte van de locatie waar de nectar wordt verzameld hier ook een voorname rol.
Op deze manier wordt honing gecatalogeerd in kusthoning (van zeeniveau tot 450 m hoogte), bergflankhoning (450 tot 1.200 meter) en berghoning (hoger dan 1.200 meter).

Naast de hoogteclassificatie kunnen we ook spreken over een aantal honingsoorten. De grootste soort noemen wij de multiflora-honing omdat de bijen daarvoor diverse bloesems zoeken en de nectar daardoor gemengd wordt. De locaties waar deze honing vandaan komt omvat geen specifieke botanische soort die er veelvuldig voorkomt. Vandaar dat er veelal verrassende honingcombinaties voorkomen met een rijk smaakpalet.

Berghoning wordt door de bijen gemaakt boven de 1.200 meter. Vanaf Vilaflor tot op Las Cañadas del Teide worden de bloemen uitgezocht als de brem (Retama sphaerocarpa) en de wildpretii (Echium wildpretii) of de alomgekende tajinaste.
In deze soort scoort de Retamahoning heel goed omdat ze ongehinderd kan geproduceerd worden op een hoogte van meer dan 1.500 meter. Het is de oudste honing van Tenerife en ook de meest traditionele. Licht amberkleurig met een delicate smaak past deze honing perfect bij het ontbijt of in de keuken als additief bij gastronomische bereidingen.

Bergflankhoning is het resultaat van de bijen die het niet gaan zoeken in de hoogste regionen. De Tenerfiaanse abejas zoeken in lager gelegen gebieden de kastanjebloesems, de boomhei (Erica arborea) en venkel (Foeniculum vulgare) die resulteren in zeer intense honingsmaken. Iets gematigder zijn de smaken afkomstig van de oregano of de wilde marjolein (Origanum vulgare), de Eucalyptus en de tagasaste (Chamaecytisus palmensis).

En helemaal beneden vind je dan de kusthoning die meestal gemaakt wordt van oranjebloesems, avocado’s, bananen en de weinige wilde bloemen die her en der te vinden zijn, zoals het ijskruid of ijsplantje (Mesembryanthemum crystallinum). Ook olijf- en amandelbloesems en de veel voorkomende kruidensoorten aromatiseren de Tenerfiaanse honing.

We onthouden dat honing genoemd wordt naar haar oorspronkelijke bloesems en traditioneel ook heel welluidend klinken. Miel de Tajinaste, Miel de Aguagate, Miel Platanera, Miel de Castaña, Miel de Brezal. Deze honingsoorten zijn steeds te verkrijgen op de traditionele agromarktjes die her en der op het eiland worden gehouden.
Je moet ze eens proeven, je zult versteld staan.