Een ANdere week

Een ANdere week

Geschreven op 11-09-2020


Vrijdag 11 september

Stilstaan is achteruitgaan. Dus doe ik verder, net zoals ik dat geleerd heb. Toch heb ik af en toe het gevoel dat ik aan het wachten ben. Wachten op het einde van het covid gedoe, wachten op de heroplevering van de economie, wachten tot we opnieuw meer vrijheid hebben. Maar wachten is lastig en wachten is saai. En van wachten word ik boos. Want het doet me nadenken en ik bedenk me dat ik niet akkoord ben met alle nieuwe regeltjes die ons opgelegd worden. Kon ik maar een levensgroot klachtenformulier invullen, in de veronderstelling dat dit niet onderaan een papieren stapel terecht komt, maar er effectief iets mee gedaan wordt. Maar ik moet realistisch zijn, niemand zit te wachten op een “An” die klaagt.

Ondertussen zegt elke vezel in mijn lichaam dat dit niet klopt. Dat een mondmasker dragen absoluut absurd is als er niemand in de buurt is. Dat het aantal covid doden niet in verhouding staat met de schade die indirect wordt toegebracht aan mensen en gezinnen. Dat er geen haan kraait om de 6 miljoen kinderen die elk jaar sterven door honger of ondervoeding. 

Ondertussen krijgt mijn zoon een ellelange uitleg van de klastitularis met alles wat hij op school NIET mag doen. Ondertussen wordt er niet meer gesproken over hoe leuk we het schooljaar gaan maken en wat er dit jaar op het programma staat. Het is alsof onze ogen verblind zijn en ze eveneens een masker dragen. Niemand ziet nog het oorspronkelijk objectief.

Het is een warme calima dag, mijn collega Daisy en ik bezoeken een villa in de buurt van Adeje. De locatie bij uitstek voor een prachtige huwelijksdag. Vandaag ligt alles helaas nog onder het puin. Werkmannen sleuren met materialen. Toch kijken we doorheen het stof en zien we een adembenemend uitzicht op de oceaan. We praten met de klussers. Ze hebben zich noodgewongen moeten hervormen tot aannemers, gezien hun nachtclub al maanden gesloten is. Dus klussen ze, gelukkig kennen ze hun vak. We hebben een afspraak met de cateraar, een enthousiaste Spaanse chaotische dame. Haar lach werkt aanstekelijk en ik word er blij van. Ze is groot en heeft een volumineus kapsel. Ze blijft herhalen dat ze veel werk heeft terwijl ze grote armbewegingen maakt, maar vandaag geen geld ontvangt. Dat klopt, zeggen we, we verdienen ook niets met de weddingplanning en toch zijn we bezig. We plannen veel voor volgend jaar, maar daar blijft het bij. Ze noteert alles, zegt dat ze mijn ketting leuk vindt en nodigt ons uit om volgende week een aantal menu’s voor te proeven. Daar zeggen we geen nee tegen.

Wat later komen we aan bij een kleurrijk Mexicaans hotel in het hartje van Tenerife Zuid. We duwen hard op de draaideuren en betreden de donkere lobby. Het lijkt een spookhotel. De onthaaldesk is leeg, de lichten uit, de sofa’s en tafels zijn overtrokken met witte lakens. We staan naast een reuzegrote tinnen ridder en schrikken. Even laten lopen we met de hotelmanager door de gangen. Ze zijn bezig met de renovatie van het resort. We zien opnieuw werkmannen, materialen en stof. We komen aan bij het stukje strand en gebruiken opnieuw onze fantasie over hoe het eruit kan zien, na de renovatie. “Het wordt prachtig”, zegt de uitbater. “We werken met de nieuwste materialen, gebaseerd op de laatste trends, overgewaaid vanuit Ibiza”. Even later vertel ik thuis dat er dus daadwerkelijk nog bedrijven en mensen zijn met geld, die investeren in het nieuwe Tenerife. “Natuurlijk”, zegt Rik en hij noemt me enkele nieuwe projecten die zich aan het realiseren zijn. Het stemt me gerust, Tenerife is nog niet verloren, er is geld, mensen werken aan de toekomst. Er zijn duidelijk mensen die niet “wachten”.


Zaterdag 5 september

Dit jaar wordt het een staycation voor ons. We blijven in Tenerife, of tenminste in de provincie Santa Cruz de Tenerife. Wat velen niet weten is dat de eilanden La Palma, La Gomera en El Hierro daar ook toe behoren. We vertrekken tijdens de verstikkende calima richting El Hierro met de boot. Een tocht van 2u30 maar zoals altijd een zware opdracht voor mij wegens zeeziek. Gewaarschuwd als we zijn over het erg verlaten El Hierro ontdekken we het eiland. Inderdaad, er is heel weinig. Een paar huizen, bergen, groene vlakten en één tankstation. Een geit die op de weg rustig speelt met zijn vriend en geen besef heeft dat wij verder willen. We ontmoeten een Belgische vrouw wiens man stripverhaalscenario’s schrijft vanop het eiland. Ze waarschuwt ons opnieuw dat er niets te doen is en wenst ons een prettige vakantie. Het rustiek huurhuisje past helemaal in de Canarische sfeer, we hebben een terras met zicht op de oceaan, maar door de harde calima hebben we uitkijk op een mistige wolk. Geen streepje zee te bespeuren. Dan maar richting kust, we ontdekken een kleine baai. Geen strand, maar wel mogelijkheid om in zee te gaan dankzij aangelegde relingen en trappen. Er zijn barbecueplaatsen en het water is helderblauw. Ik vind het best gezelllig, al missen we één ding....een bar! Na onze zwempartij vertrekken we met de auto om dan na een half uur een minimarket tegen te komen. We kopen er drank, we laten ons idee van een tof terras varen en zijn tevreden dat we kunnen drinken. El Hierro is prachtig, ik ben blij dat ik het gezien heb, al hoef ik de eerste jaren niet direct terug gaan.

Ferre en ik nemen het vliegtuig en Rik gaat met de auto op de boot richting La Palma. We ontmoeten elkaar daar ter plaatse, ik ben opgelucht als we elkaar zien want het is al laat en donker. La Palma heeft iets mondains en dat trekt me aan. De stijlvolle Canarische huizen staan in hun volle glorie en frivole kleur als een blok overeind. De straten en huizen zijn één voor één netjes en mooi. Het lijkt alsof er alles fris en nieuw geschilderd is, ter ere van onze komst. Ik hou van de kleine kerkjes, een pleintje waarbij de fuchsia bloemen een pergola stevig omarmen en zich laten afhangen tot op schouderhoogte. Een impressionante rustieke oude deur wordt het decor voor een prachtige foto. De kleine straatjes met zijn winkels doen me een beetje aan de Provence denken en ook een beetje aan Cuba. Dat George Clooney recent in het plaatselijk hotel heeft gelogeerd, geeft de locatie extra cachet.

We komen aan bij een baai waar we kunnen zwemmen, maar die is helaas gesloten. We zien een grote reclamefoto van het zwemparadijs aan de rand van de dijk. Ferre besluit een foto van het beeld te nemen en even later toont hij me hoe hij met een app alles kan bewerken. Plots sta ik midden in de foto, in de baai! Ik lijk me in ieder geval enorm te amuseren, daar aan de rand van het water.

Het weekje eilandhoppen liet ons inzien dat de natuur grillig kan zijn. Van calima, tot 42 graden, zalige zon naar miezerende regen, bewolking en op sommige plaatsen een kleine 20 graden. Van warm naar koud, van Oost naar West, van de hoogste top tot laag aan de kust. Daarnaast ging het ook van de rust naar de drukte, van gelach en geschater naar de eenzame stilte. Zo was de vakantie, zo is het leven, met ups en downs.


Zaterdag 22 augustus

Mondkapjes! We zijn nog steeds op zoek naar de beste fit voor onze snuit. Want dat smoeltje van ons verdient een comfortabele versie nu we dat masker vaak dragen. Ik probeer er verschillende, van katoen tot één met mooie kleurtjes om dan telkens terug over te gaan naar de traditionele chirurgische versie. Op aanraden ga ik snel naar de Hyperdino. Daar hebben ze ééntje van een speciale stof, met een luchtklepje aan. Fancy hoor! Ik koop de laatste, het staat Rik goed. Maar al bij al moet ik toegeven dat ik een beetje nonchalant ben. Het mondmasker belandt meestal ergens op de bodem van mijn handtas. En soms gebeurt het dat ik het masker vergeet en een belabberd verloren doekje uit die tas tover, op het ogenblik dat ik het nodig heb. Ik vraag me af of Zorro ooit hetzelfde probleem had.

Het is zondagochtend, ik heb weinig geslapen. De dag voordien hadden we gasten over de vloer, het was laat. Ik denk dat het weer zo’n dag wordt waar ik me moet doorsleuren wegens te moe, maar niets is minder waar. Ik ben niet zo fris maar we vertrekken richting strand. We kiezen een klein authentiek dorpje Las Caletillas, in de nabijheid van Candelaria. Het is zondag dus altijd een beetje drukker dan normaal. We komen aan, we zetten ons mondkapje op. Het strand ligt er verlaten bij. Het is prachtig warm weer met hemelsblauwe lucht, helaas is er veel wind. Ferre ziet de rode vlag, er mag niet gezwommen worden. We stappen verder richting een kleine baai met golfbreker. Daar mag het wel en iedereen weet het, we zijn niet alleen. Ik zie er een beetje tegenop maar kies strategisch een plaatsje uit. We trekken met mondmasker en onze stoeltjes naar de rotsflank, naast een palmboom, een leuk plekje voor onszelf. We zijn beschut van de wind en het is er rustig. We blijven er lang liggen want we zitten er goed. Ik lees mijn roman, Rik rust uit, Ferre roept me naar zee. We gaan in het water en nadien terug op onze plek, zonder mondmasker. Ik kijk even rond, het is druk maar iedereen houdt zich aan de regels. Bij aankomst en vertrek worden mondkapjes opgezet, maar voor de rest niet. In normale omstandigheden wandelen de meeste zonnekloppers toch niet. Het is zonnebaden en zwemmen, en zwemmen en zonnebaden. Goed voor mij. Dan heb ik tenminste een excuus om niet te hoeven wandelen op het strand; Corona maakt het me quasi onmogelijk. Ik zie me nog niet in mijn bikini rondflaneren met mondmasker, met als resultaat een bruin voorhoofd en witte mond. Thanks, but no thanks!

We besluiten dat we er goed liggen, het mag nog een tijdje doorgaan. De wind is niet hevig, het is een zalig briesje, niet te koud, niet te warm. Na enkele uren krijgen we honger. We rijden naar Los Cristianos en stoppen ter hoogte van een tankstation. Niet direct de meest idyllische plaats om te lunchen. Maar achter het tankstation bevindt zich een restaurant dat 24 op 24 open is. Ze hebben er de beste kipkroketten van de omstreek. We bestellen enkele tapas en zoals altijd wagen we een gokje op de rekening. Ferre wint, met z’n 23 euro zit hij er het dichtste bij.

Dan naar huis, op het terras. We krijgen even een energieschok, ik doe de afwas terwijl de mannen buiten onze boom een knipbeurt geven. Ik rommel wat rond, alles staat netjes op z’n plaats. Rik reinigt de jacuzzi, het duurt een tijdje. Uiteindelijk ploffen we buiten in de zetel neer voor een siësta, wordt er nadien gekaart en geaperitiefd en als het donker wordt zetten we de bubbels op in de jacuzzi. Ik zie felle sterren en anderen die minder schitteren. Een tijdje geleden heb ik van een gids een ganse uitleg gehad over de sterren, maar spijtig genoeg vinden mijn hersenen dit niet interessant genoeg. Toch zijn de sterren prachtig, hoe ze dan ook mogen noemen.


Vrijdag 14 augustus

Dapper meisje

Week 2 van de metekindjes te Tenerife. Eéntje logeert bij ons thuis. Ze is 10 en voor de eerste keer 2 weken weg van huis, zonder de oudere zussen. Ze heeft een grote familie in België, er is altijd iets te doen. Toch twijfelde ze geen seconde om mee te komen naar Tenerife, al is het niet voor het zwembad, dat heeft ze thuis ook.

Ik ben onder de indruk. Het klein fijn meisje is altijd vrolijk en plezant. Ze is ook hoe meisjes zijn op die leeftijd, ongeduldig en in hun eigen wereldje. Maar daarnaast lijkt ze me een sterk en dapper dametje. Hoe schuchter en verlegen ik op die leeftijd was, hoe zelfverzekerd zij in het leven staat. Ze voelt zich helemaal thuis bij ons en zo heb ik het graag. Ze is niet verlegen om een uitspraak, gewoon eerlijk en recht door zee. Ze voelt zich goed, is speels, giechelt vaak en luistert wanneer het nodig is. Het is mijn kans om te ervaren hoe een gezin met 2 kinderen eruitziet. Samen winkelen is leuk, er zijn nu éénmaal meer meisjesspulletjes om te bekijken en te kopen. Ze maakt een vlecht in mijn haar, het lukt aardig.

Ik vraag het metekindje wat ze later worden wil. Ze weet het niet en ik zeg dat ze advocate moet worden. Ze vraagt wat dat is. “Nu ja, het is een persoon die me verdedigt en helpt als ik in de problemen zit”, zeg ik. Ik geef enkele voorbeelden en ik denk dat ze me begrijpt. Ik zeg haar dat advocaten geen schrik hebben om te praten en het heel goed kunnen uitleggen. Natuurlijk zijn ze ook slim, maar dat is ze ook. Zo slim dat ik haar vanaf nu mijn persoonlijke assistente noem. Ze is een heel alert meisje, heeft alles gezien en gehoord. Het is dus moeilijk iets te verbergen.

Ik kan goed overweg met mijn iPhone en kan zeker en vast mijn plan trekken. Ik wil enkele foto’s doorsturen naar haar messenger account maar het ding zegt me steeds dat het niet lukt. Het metekindje ziet me sukkelen en grijpt in. Ze zegt dat ik het op een andere manier moet doen. Beetje koppig zoals ik ben, doe ik verder met mijn eigen idee, om dan uiteindelijk haar toch te volgen. Ze had gelijk. Soms passeert ze langs mijn computer, dan leest ze mee op het scherm en wijst ze me op een typfout. En als een echte time manager merkt ze op dat mimi gezegd heeft dat ze maar een uurtje per dag moet werken, terwijl ik die dag al uren achter mijn scherm zit. Natuurlijk zei ik dat ter indicatie, maar kinderen begrijpen geen indicaties. Ze spreken klare taal. En deze taal betekent gewoon: “Mimi, het is nu tijd om iets leuks te doen”.

Om al dat leuks te organiseren, zonder verwachtingen te creëren, praten wij, de grote mensen, soms Frans onder elkaar. Dat is een makkelijke manier om verder te blijven communiceren wanneer de kinderen erbij zijn en ze van niets mogen weten. Bij de zoon lukte dat nooit, want hij is tweetalig opgevoed. Ondertussen is er geen enkele taal die wij kennen die hij niet verstaat. Maar met het metekindje is het handig, al is het woordje “mini-golf” ook goed verstaanbaar in het Nederlands. Betrapt!

Op zich kunnen we nog veel leren van kinderen. Als meter hoef ik niet met opvoeding bezig te zijn dus heb ik nu veel meer tijd om die kids te observeren. Ze leven vandaag, denken niet meer aan gisteren, ze koesteren dus geen wrok en vergeven snel. Ze houden ervan om te spelen, tijd is niet belangrijk. Ze zijn nieuwsgierig, willen leren en kijken naar de wereld zonder vooroordelen. Het valt me op dat ik er de laatste dagen enorm relax bijloop. Zou het van die kinderen zijn? Dan wil ik dat gevoel nog even vasthouden, zo lang ik kan.


zaterdag 8 augustus

Na project “Belgica” concentreer ik me op project “Familia”. Nu ik met mijn mooi gelakte tenen terug op ons eiland sta, volgt de vakantiemaand augustus. Een maand van ontspanning en een klein beetje werk. Het bezoek aan België was leuk maar eveneens stresserend vanwege Corona. Als bonus heb ik onze metekindjes meegenomen. Deze tijd staat in functie van hen. In totaal hebben we 3 doopkinderen, Rik is één keer peter, ik heb 2 metekindjes. Ze wonen in België dus hebben we niet vaak de gelegenheid hen te verwennen. Het wordt een week van zee, strand, zwemmen, aqualand, junglepark en zoveel meer. De kids hebben er duidelijk zin in, ik kan momenteel nog volgen maar ik weet niet wat ik volgende week zal zeggen. Ze hebben veel energie, zijn constant bezig, terwijl ik bij zo’n warm weer soms snak naar een siësta! We genieten van hun drive en spontaniteit en de lachende gezichtjes. Ze praten languit en stellen duizenden vragen. Ik kan ervaren hoe een kroostrijk gezin er uit ziet en kan dat zeker voor eventjes waarderen. Al ben ik dankbaar dat er lekker lang wordt geslapen, de eerste frisse uren van de ochtend heb ik voor mezelf. Daarnaast droom ik stiekem een moment te krijgen om mijn nieuwste roman verder te lezen. Het is een mooi liefdesverhaal, maar het blijft hangen bij pagina 116. Ik wil weten hoe het afloopt, al is dat meestal geen verrassing bij soortgelijke romans die ik lees. Ook een paar splinternieuwe Libelles wachten op het ultiem zen-moment. Maar eerst nog even, entertainment!

Wekkerloos opstaan, ontwaken in stilte, naar beneden gaan en alle ramen en deuren openzetten om de frisse ochtendlucht binnen te laten. Juist fris genoeg om het verschil te voelen, maar het blijft zalig warm om in mijn nachtkleedje rond te dwarrelen. Een koud glas magere melk met cacaopoeder, de afwasmachine leegmaken en een was opzetten zijn meestal één van mijn ochtendrituelen. De computer aanzetten en mijn professionele taakjes van de dag volbrengen. De dag begint goed. Al voel ik me soms schuldig, Rik heeft veel werk. Er zijn dagen die goed gaan, maar er zijn ook momenten waarbij hij alle problemen moet oplossen. Dat heb je als je verantwoordelijk bent, dan moet je soms de shit van iemand anders opruimen. Al zeg ik hem dat hij niet alle aapjes op zijn schouder moet nemen, hij mag ze gerust toewijzen aan anderen. Niet dat ik het allemaal beter weet, maar als buitenstaander zie je soms de dingen anders. Dus praten we over het werk. Ik denk nog vaak over hoe we het vroeger in België deden en wat logisch is en wat niet. Maar in Tenerife wonen betekent “loslaten” en de logica is soms ver te zoeken. Oude gewoonten loslaten, aanvaarden dat het hier anders gaat maar daarnaast ook hardnekkig vasthouden aan onze Belgische werkethiek, want we weten dat het deels goed was. Gedeeltelijk zeg ik, want ik ben nog geen Canario tegengekomen met een burn-out. Dat zegt ook iets.

Het mondmasker is ondertussen dagelijkse kost. Net zoals sleutels en zonnebril horen ze in het rijtje thuis van benodigdheden als we de deur uitgaan. Ik bedenk me dat we ons anders moeten gedragen. Hoe vaak lach ik terwijl niemand mijn mond ziet? Een lach zie je een heel klein beetje aan de ogen, maar niet zoveel. We zullen dus andere manieren bedenken om onze sympathie te tonen aan mensen, want knuffelen is ook al uit den boze. Het hoofd bewegen, beetje optillen en de spontaniteit vanuit je lichaam tonen, vooral de handen gebruiken. Handen vervangen vandaag onze lach! Een duim in de lucht om iets te benadrukken, zwaaien, hand opsteken, het maakt allemaal een verschil terwijl je met een mondmasker praat. Op die manier verspreiden we de positiviteit onder elkaar, dat vind ik belangrijk want zo’n mondmasker blijft een onnatuurlijk afstandelijk ding. Ik betrap er mezelf op dat ik veel meer woorden uitbeeld met mijn handen, gewoon omdat het met een mondmasker op niet altijd goed verstaanbaar is. Ach ja, zolang ik niet alle dagen “Hints” moet spelen, is het goed!


vrijdag 31 juli

Net zoals ik info geef aan de vrienden die naar Tenerife op vakantie komen, krijg ik van “ons ma of dus de oma” een update over de gebeurtenissen in het Belgenland wanneer ik daar ben. Tenminste over alles wat ik niet via het Nieuws op TV volgen kan, meer bepaald de nieuwste verwikkelingen in de stad Halle en omstreken. Allereerst volgen praktische nieuwigheden zoals verkeerswerken, omleidingen, gewijzigde rijrichtingen en een heuse uitleg over hoe ik nu het best de binnenstad bereiken kan. Nadien wordt het interessanter zoals leuke winkels en nieuwe restaurants. Ook benadrukken we samen nog eens de trieste leegstand in de winkelstraat, dat is nog niet veranderd.

Veel tijd hebben we niet om stil te staan bij verschillende dingen want “Corona” staat in het middelpunt van de belangstelling. Erg vervelend, “Corona” vraagt steeds de aandacht als een ongeduldige kleine bengel die constant aan mijn arm zeurt. Soms heb ik een onbezorgd moment om dan opnieuw uit een sciencefiction nachtmerrie te ontwaken en te beseffen dat dit “reality” is. Hoe zijn we in godsnaam hierin beland? Na zoveel maanden moet ik het ondertussen al lang aanvaard hebben, maar ik ben er nog steeds onder de indruk van. Niet zozeer om besmet te geraken. Wel om al die maatregelen, ik krijg er een kortsluiting van in mijn hoofd. Zeker omdat ik nu in reismodus ben, in België, bijna klaar om terug naar Tenerife te vertrekken. Het enige wat ik doen kan is hopen dat het vliegtuig gewoon zijn normale werk doet en volle gas richting Tenerife Sur vliegt zonder zich een sikkepit ongerust te maken.

Dus in België houden we de bubbel klein. Want in feite behoor ik tot geen enkele bubbel, ik heb namelijk een vliegtuig genomen en sommige mensen hebben daar toch behoorlijk schrik van. Ik hou mijn ouders een beetje op afstand, we houden het rustig. We bedenken wat we kunnen doen om dan te besluiten dat we beter niets doen. Even een winkel binnen, eten maken en een wandeling. In de tuin eten met een glaasje bubbels dan maar.

Een wandeling wordt het dus. Opa moet enkele dagen naar het ziekenhuis, dus oma wandelt mee. Eindpunt is hun nieuw appartement dat nog in aanbouw is. Ramen, deuren en vloer maken ondertussen deel uit van het gebouw, de flat krijgt vorm. We vinden een werkman die, ondanks zijn beperkte kennis van de Nederlandse taal, onze vraag begrijpt en ons vriendelijk binnenlaat. Oma geeft trots een rondleiding, we bespreken kleuren, gordijnen en kunnen ons alvast perfect voorstellen hoe de keuken er uit zal zien. We banen een weg tot aan de voordeur, passeren de badkamer en nemen onze tijd. Tot Ferre merkt dat de voordeur dicht is en niet open kan. We zitten opgesloten. Ik probeer nog een Macgyver truc, het mag niet baten. Dan richting terras op zoek naar ... iemand. Na enkele minuten komt er een wagen aan van De Post. De pakjesman stapt uit, ik roep hem, hij spreekt Frans. Hij wil ons helpen en gaat op zoek naar de werkman in het gebouw. Helaas vindt hij niemand en vertrekt. Hij moet werken, geen tijd! En we staan met z’n 3 op een rijtje verwonderd te kijken terwijl hij ons voorbij zoeft. Dan zien we een andere werkman van het pand naast ons. Ik weet niet welke taal hij spreekt, wellicht Roemeens of Pools en een heel klein beetje Frans. Hij doet beter zijn best om te helpen, helaas ook zonder resultaat. Dan maar de werfleider bellen, oma heeft zijn nummer. Maar hij beantwoordt onze oproep niet. De buurvrouw komt buiten en stelt voor een ladder te gebruiken. Maar we zitten te hoog, te riskant. We geraken niet in paniek, het is wel spannend. De makelaar blijkt uiteindelijk de reddende engel. Zijn kantoor is in de buurt en in no time komt hij aangereden met een sleutel. Ik ben opgelucht dat we bevrijd zijn al had ik graag eens gered geweest door een knappe brandweerman.


woensdag 22 juli 2020

The price you have to pay.... of de prijs die je betaalt voor de keuzes die je maakt. Aan elke beslissing is een nadeel en al twijfelde ik geen seconde aan onze emigratie naar Tenerife, het is niet allemaal rozengeur en maneschijn. Dat zie je niet op facebook, maar dat medium is dan ook geen weergave van de realiteit, al denken sommigen van wel. Facebook is gewoon een momentopname van iets wat je doet of bezighoudt en over het algemeen is dat iets plezant. Leuke dingen delen is toch toffer dan een negatieve ervaring. En zo is dat ook bij mij. Ik deel mijn tegenslagen niet, ik vermeld niet dat mijn vertrouwen werd geschonden, dat ik bang of teleurgesteld ben, dat het soms moeilijk is om familie niet te zien. Er is facetime maar de subtiliteiten van het echte leven kan je niet delen met een video call. Ik kan er niet “even” bij zijn als er iemand in het ziekenhuis belandt, als de ouders hulp nodig hebben... en het is een rotgevoel te weten dat er dan meer verantwoordelijkheid ligt op de schouders van mijn familieleden die wel in België wonen. Het mes snijdt dus altijd langs twee kanten.

De andere kant van het mes brengt me gelukkig veel plezier. Ik hoef niet meer elk dag 12 uur onderweg te zijn, te pendelen naar Brussel door weer en wind. Ik heb vrijheid in mijn werk, kan vaak doen wat ik wil en al dien ik met anderen rekening te houden, ik ben mijn eigen baas. Daarenboven woon en werk ik enorm graag in ons huis, heb het er gezellig en gelukkig heb ik het erg getroffen met mijn huisgenoten. Het zijn 2 toffe en positieve mensen. De ochtendfrisheid die ik voel op het terras, buiten de was ophangen, de katten van de buren die lekker liggen te genieten in onze tuin, het geluid van de vogels,... Doe daarbij een schepje zon, teenslippers, leuke fun momenten, bezoekjes van familie en vrienden en de conclusie is duidelijk. Wat heeft een mens nog meer nodig?

Stress heb ik alleszins niet nodig maar dat krijg ik gratis bij het leven. Ik moet het beter leren kanaliseren maar dat is me tot zover nog niet gelukt. Ik doe mijn best om mijn zorgen in te dijken maar toch denk ik veel aan de zoon en de corona toestanden. Ferre heeft ondertussen een geweldige tijd gehad in België, ik volg hem vanop afstand. Vandaag worden we eindelijk herenigd. Gewapend met mondmaskers en desinfecterende handgel neem ik de vlucht van Brussels Airlines. Van hun nakend faillissement is gelukkig niets te merken wanneer ik instap. De stewardessen zijn hartelijk, het vliegtuig ziet er spik en span uit en ik krijg een Luikse wafel. Ik schrijf alvast een deel van mijn blog, bij de landing zie ik het Atomium in de verte blinken en voor ik het weet sta ik met 2 voeten op de Brusselse tarmac. Vrienden halen me op, we knuffelen niet, in de auto dragen we mondmaskers en ik kijk naar buiten. Het zijn bekende beelden van een autostrade met 3 rijvakken, groene bomen en struiken langs de kant van de weg. We komen aan te Halle. Mijn ouders staan te wachten, we knuffelen niet maar lachen naar elkaar. De zoon komt aangerend, wij knuffelen wél en ik laat hem de eerste uren niet meer los!


woensdag 15 juli 2020

Regeltjes, regeltjes,.... Corona heeft ons nog steeds in de ban en de overheid drukt ons op het hart alle nieuwe richtlijnen netjes te volgen, zoniet worden we... .gestraft! Zo stuurt de “communidad” een ganse lijst voorwaarden naar alle eigenaars van het complex vooraleer het zwembad te openen. Een keilange e-mail, enkel in het Spaans, moet ons ervan weerhouden geen enkel verbod te verbreken. Het duurt dan ook maar enkele dagen dat, zonder al te veel communicatie, er beslist wordt het zwembad opnieuw te sluiten. De poort krijgt een dubbel onbreekbaar slot en daarmee is de kous af. “De mensen hebben de regels niet gevolgd”, luidt het. Gezien ik nogal erg procesmatig ingesteld ben, ontleed ik onmiddellijk de situatie en besef ik duidelijk waar de gebreken liggen in deze communicatie. De e-mail is gestuurd naar alle eigenaars, dat wil niet zeggen dat elke huurder diezelfde regels heeft ontvangen. En de info aan de ingang van het zwembad is niet duidelijk. Ook is er geen persoonlijk gesprek geweest met de overtreders over hun gedrag, zodat ze dit snel kunnen bijstellen. Deze “communidad” heeft dringend een communicatie manager nodig, denk ik. Ik heb er zo mijn mening over, maar voorlopig zwijg ik en bekijk ik de gang van zaken. Ze zijn al niet zo ‘n fan van die blonde Belgische met haar beperkte kennis van het Spaans die zo af en toe haar zegje doet.

Het is zondagavond, ik lig in bed en ik denk niet aan het werk van de volgende dag. Ik denk aan welke outfit ik morgen dragen zal. In mijn hoofd doorloop ik mijn kleerkast en de verschillende kleedjes passeren de revue. Ik moet in blauw en wit, het concept van het feest! Dus wordt het nog moeilijker. Ik denk aan een “vergeten” jurkje, ergens achteraan in de kast. Maar zou het me nog passen? De volgende ochtend spring ik in die outfit en het is oké. Ik kan er in maar moet me geen illusies maken, het slankt een beetje af maar 10 kilo wegwerken dat kan zelfs het beste jurkje niet. Er worden nog een paar uurtjes echt gewerkt en hup de douche in, haartjes doen, “effe zweten” van de hitte en off we go.... party time!

We houden van typische Spaanse en Canarische gerechten maar daarnaast is de Belgische keuken soms een welgekomen afwisseling. Een steak friet met champignonroomsaus smaakt zeker. Rik zijn baas is jarig en dat vieren we uitgebreid, het wordt een lekker menu. Zo zijn we het gewoon. We praten, eten, drinken en dansen. Om zijn gasten van alle gemak te voldoen zorgt hij voor vervoer, zodat niemand hoeft te rijden. Wij kiezen toch voor onze eigen auto, indien we vroeger willen vertrekken, dan kunnen we dat. Uiteindelijk blijven we nog langer dan de feestgroep, maar niet veel later trekken we ook huiswaarts. We bekomen nog even in de zetel om dan moe maar voldaan te gaan slapen. We willen fit zijn voor de volgende dag, want er moet ook gewerkt worden.

En ik ben blij dat ik opnieuw werken mag. Een man wil zijn vriendin na 10 jaar samen ten huwelijk vragen en ik plan met Daisy de speciale gelegenheid. Het moet natuurlijk geheim blijven en de kerel wil een super romantisch aanzoek. Dan is hij aan het juiste adres. Onze oogjes blinken en stiekem hopen we dat we zelf de vrouw in kwestie zijn die ten huwelijk gevraagd wordt. Oké, ik ben al getrouwd, maar een aanzoek voor een hernieuwing, daar zeg ik geen nee tegen. Enfin, Daisy en ik houden nadien nog een skype gesprek met een koppeltje dat in een idyllisch kerkje en op het strand wil trouwen. Ze hebben een grote smile op hun gezicht terwijl ze hun ideeën voorleggen. We luisteren, geven info en uitleg en .... onze oogjes glinsteren opnieuw.


woensdag 8 juli 2020

“Geen nieuws goed nieuws”, dat is steevast het uitgangspunt wanneer je kind op kamp is. Vele ouders zijn en blijven dagen in het ongewisse, terwijl de kleine spruit zich - hopelijk - rot amuseert. Gezien de zoon ondertussen 14 is, mocht dit jaar de iPhone mee. Maar of dat een voordeel is betwijfel ik want het brengt me in verleiding een berichtje te sturen. Een boodschap waar ik geen reactie op krijg om dan 2 dagen later een ja en een kruisje te ontvangen. Hoera! Een teken van leven en alles is goed. Tot zover het nieuws. Ik stuur naar mijn ouders dat Ferre oké is. We zijn allen blij met zijn ‘ja’ antwoord. Verder kunnen we alle avonturen van het kamp volgen via Instagram. Ik ga ervan uit dat ze het daar te druk hebben, want die pagina is voorlopig avontuurloos. Zoals gezegd, geen nieuws is dus goed nieuws en dat is waar we het voorlopig mee moeten doen. Ach ja, het wordt tijd dat deze puber op eigen benen staat en eens het nest uitvliegt. Even dan, vooraleer ik binnenkort naar België ga en hem opnieuw overlaad met knuffels alsof hij mijn kleine baby is.

Terwijl de zoon in zijn primitief tentje logeert en indianenkreten rond het kampvuur slaat, kiezen wij voor een beetje meer luxe. We vertrekken om 7 uur ‘s ochtends in Tenerife Noord, voor mij dus in het holst van de nacht. Mondmasker is een item dat we absoluut nodig hebben en voor de rest gaat de reis zoals we altijd gekend hebben. Al betaal ik met plezier 3,50 euro voor een colaatje om aan een tafel te kunnen zitten zonder mondmasker terwijl we wachten op inscheping. Aangekomen en gesetteld te Lanzarote gaan we het plaatselijk dorpje verkennen, na een verfrissende duik in het zwembad. De straten zijn leeg en verlaten, de portemonnee blijft dicht want hier kan je geen leuke spulletjes kopen. We hadden het trouwens niet verwacht, al had ik graag op een gezellige braderie gezeten. Of een authentiek marktje met artisanale producten,..... het doet me wegdromen. Niets is minder waar, we moeten het doen met de opwekkende plaatselijke cafébaas die toch een beetje leven in de brouwerij brengt. Zijn enthousiasme werkt aanstekelijk en ik ben hem er dankbaar voor. Hij is fier op zijn assortiment Belgische bieren en bijhorende gadgets. Als er een prijs zou zijn voor grootste Duvel fan dan wint hij zeker. Met 2 Duvel tattoos op zijn benen maakt hij in ieder geval unieke reclame voor het blonde Belgische goud.

Als enigste blonde bleekscheet sta ik tussen een groepje Spanjaarden aan een grot. De gids kijkt me aan en vraagt of iedereen Spaans spreekt. Ze kan de uitleg ook in het Engels doen, maar ik zeg volmondig mee “si, si”. Even later benadert ze me en vraagt ze voorzichtig of ik Spaanse ben. Weer verraden door mijn uiterlijk antwoord ik “Nee, maar geen probleem ik versta er veel van”. Ze wil er zeker van zijn, ze wil het goed doen en dankzij haar weet ik ondertussen het verschil tussen een cueva en een Jameos. Toch overweeg ik om mijn haar donker te verven want het begint me echt op te vallen dat mensen naar me kijken en me beoordelen op mijn uiterlijk. Natuurlijk wil ik en kan ik niet als Spaanse aanschouwd worden, maar het is niet leuk dat ze telkens veronderstellen dat mijn oorsprong ergens op het Britse vasteland ligt, ergens tussen hun typische Fish & Chips. Daarnaast zie ik de locals naar me kijken als een toerist die dus van ver komt en zeker en vast een covidje in haar “sacoche” heeft zitten.

La Graciosa is een mooi eiland, alleen de weg ernaar toe is de hel en ze hebben er momenteel geen wc-papier. De ober geeft me 3 servietten en daarmee is de klus geklaard. De jeep waarmee we onze tocht doen is de helft van mijn leeftijd, maar ik zie er in tegenstelling tot dit wrak toch veel beter uit en de amortiseurs hebben hun beste tijd gehad. De tour is inclusief een cellulitis behandeling, in ieder geval zijn die hobbelige zandwegen goed voor de bloedsomloop. Je kan er ook door met de mountainbike maar dat laten we aan de echte sportievelingen over.

Terug op Lanzarote zien we prachtige landschappen. Alle huisjes zijn verplicht in het wit, op enkele crèmekleurige woningen na. Toen was wellicht de witte verf een tijdje out of stock ofwel dacht de eigenaar dat die kleur niet ging opvallen. De vulkanische gesteenten zijn op vele plaatsen aanwezig en op de vruchtbare plekken staan er druivenstruikjes telkens omarmd door muurtjes in de vorm van halve manen, beschut tegen de wind. Ik noem ze corona struikjes want ze doen ook aan social distancing. We genieten, we ontspannen, al blijft corona ons telkens op één of andere manier achtervolgen.


maandag 29 juni 2020

Agüita! Het nieuw spaans woordje van de week. Een prachtig woord, exclusief gebruikt op de Canarische eilanden. Het wordt gezegd wanneer je onder de indruk bent van iets, omdat het nieuw is, mooi is of juist schokkend is. Ik besluit het te gebruiken voor de vele pareltjes die ik tegenkom op het eiland. De vele baaien, het groene water, maar ook prachtige villa’s met zicht op zee. Van de buitenkant zie je het niet, maar éénmaal binnen is het een complete verrassing, je ontdekt als het ware een verborgen schat. Ik hou van mooie dingen. Ze hoeven daarvoor niet duur te zijn. Een azuurblauw potje met wit stenen lepeltje en een dopje van kurk dat dient als verpakking van de “fleur de sel” vanuit Ibiza. Of een houten plankje op pootjes, als decoratie of tapa bordje. De rituals producten in mooie flesjes, prachtige groene planten, mijn romantische ledkaarsjes die nooit uitdoven, I love it all!

Als je op een eiland omringd door water woont zover je kan zien, dan moet het ooit eens gebeuren dat je op een bootje terecht komt. Dat is praktisch onvermijdbaar. Maar gezien ik zeeziek ben negeer ik steevast de vraag of ik me op die onvoorspelbare waters wil begeven. Tot nu! We worden uitgenodigd om een ritje te maken met de speedboot. Snelheid trekt mijn aandacht en het overtuigt mij. Mijn fantasie brengt me naar Monaco waar ik me als een prinses op het water zie stralen over de golven heen, lange haren die wapperen in de wind...kortom sterallures ten top! In realiteit is het vergelijkbaar, alleen de paparazzi ontbreken nog en mijn kapsel ziet er bijlange niet zo mooi uit. We starten de vaartocht in Puerto Colón en het zinnetje “als het niet gaat, dan keren we gewoon terug” stemt me gerust, ik heb een wild card back to mainland, wanneer ik wil. We varen langs de kustlijn tot aan El Puertito. We ontdekken de adembenemende flanken van de kliffen, hippies wonen in grotten, ze hebben er hun huisje gemaakt, ze baden naakt in zee. We zwemmen, snorkelen, drinken champagne en eten hapjes. Ik vergeet even de zeeziekte, ik geniet, ik ben onder de indruk. AGÜITA!

Minder onder de indruk ben ik van mijn tennisvaardigheden. Na een paar weken “enkel spel” tegen mijn Belgische partner, worden we gevraagd om “dubbel” te spelen. Niet omdat we zo goed zijn, gewoon voor de fun. Maar het competitiebeest in me analyseert grondig de tegenstanders vooraleer we starten. Ik ontmoet een Mexicaanse dame van begin 50, ze speelt sinds 6 jaar tennis. Haar partner is een oude vrouw met veel haar, beetje een Tina Turner lookalike. Ze is italiaans, heeft veel rimpels maar het is begrijpelijk, ze is 86. Ze stapt heel traag richting plein. Dat wordt een makkie, denk ik. De kennismaking volgt. De Mexicaanse spreekt Spaans tegen ons, de Italiaanse Frans en samen spreken we een mengeling van Spaans & Engels. De taal brengt me in de war en tijdens het spel knijp ik er ook een aantal Vlaamse woorden uit zoals “goeeeeeed” en “Vdomme”, wanneer ik een stomme fout maak. Het oud italiaans vrouwtje loopt niet, ze staat aan de frontlinie. Op haar gemakje pakt ze de balletjes in het midden van haar racket en plant ze die juist over het net. We komen te laat. Uiteindelijk verliezen we. We beloven het aan niemand te vertellen en onze strategie te bedenken voor volgende week.

Wie Las Vegas zegt, denkt automatisch aan indrukwekkende neonverlichting en extravagante casino’s. In het Las Vegas van Tenerife komen we terecht in een klein dorpje op meer dan 600 meter boven de zeespiegel. Het is er 5 graden frisser dan aan de kust, het waait en we zitten midden in de natuur omgeven door enkele “casas rurales”. Er is een pittoresk kerkje met een plein dat uitkijkt over de ganse kustlijn van Granadilla. We eten in de tuin van het lokaal restaurantje. Het is een prachtige tuin, zo eentje uit een film gemaakt in de Provence. Olijfbomen, wilde natuur, citroenen die groeien aan de bomen. De cactus herinnert me aan het Spaanse klimaat. We eten bordjes gemaakt als een schilderij, met prachtige kleuren en duidelijk nagedacht over de opstelling. We praten met de sympathieke uitbaters. We zitten alleen in de tuin en bedenken hoe deze mensen kunnen rondkomen. Ze hopen erop dat de weinige toeristen die zullen komen, de weg vinden naar hun tuin. Als dessert eten we kaastaart met een bodem van koekjes. Omdat we toch al goed in gesprek zijn durf ik zeggen dat het heerlijk is én dat kaastaart met een speculoos bodem mijn “all time ever” favoriet is. Voor het geval ze het willen proberen, laat ik een foto zien van de Lotus speculoos. Een Belgische lekkernij, maar verkrijgbaar in de Mercadona, zeg ik erbij ;-)


maandag 22 juni 2020

Terwijl mijn tenen natintelen van het geweldig feestweekend, zit mijn hoofd opnieuw in de dagelijkse realiteit. Ferre vertrekt naar België. En alhoewel hij ondertussen een vlucht neemt zoals ik in mijn jeugd een gewone lijnbus, is het dit jaar toch anders dan anders. Het heeft me een Tui voucher en 2 uur Ryanair helpdesk gekost, maar ondertussen is zijn ticket richting het Belgenland een feit. Gezien bij deze maatschappij jongeren onder de 16 jaar niet alleen mogen reizen is Ferre gekoppeld aan een boeking van een vriendin van een vriendin. Dus allemaal goed geregeld maar uit ervaring weet ik dat er soms een verschil is tussen praktijk en theorie. Het maakt me een beetje nerveus te weten dat dit een speciale boeking is en Ferre ter plaatse moet inchecken. Ondertussen vullen we de koffer, een deel met oude kledij voor het kamp en een deel voor het gewone leven. We kopen nog de laatste spullen die nodig zijn. Ik vraag aan de leiding van de Chiro of ze eventueel nog een uniform in reserve hebben dat we kunnen lenen of kopen. Ik vraag naar de medische fiche, maar voorlopig krijg ik geen antwoord. Naast alle regelingen ben ik er zeker van dat hij goed opgevangen wordt. Het is leuk te weten dat we in België een familie hebben die hem met open armen ontvangt en het doet me plezier dat er nog andere mensen op de aardbol zijn die onze zoon graag zien.

Desalniettemin, ik moet hem voorbereiden. Ferre heeft nog een corona gesprekje tegoed. Naast de “amuseer je en voorzichtig zijn”, is er nog wat te bespreken. Zoals het verloop van de vlucht, het mondmasker moet de hele tijd aan. Er zal geen eten of drank beschikbaar zijn, maar dat kocht hij vroeger toch nooit. Ik wil hem geen angst aandoen maar realistisch laten weten dat hij onderweg beter geen dingen aanraakt die niet hoeven, dat hij gerust een vrije rij mag innemen in het vliegtuig als het beschikbaar is, dat hij erop moet letten regelmatig zijn handen te wassen. In Tenerife zijn we ondertussen quasi virusvrij, dus de regels zijn zo strikt niet meer, maar België is dat niet. Daarnaast zal het kamp ook anders zijn dan anders. De kinderen moet het nieuwe normaal volgen.

We bespreken eveneens met de familie hoe het weerzien met Ferre zal verlopen. Zal het ontvangst er ééntje zijn met figuurlijke en letterlijke “open armen”? Wordt er geknuffeld of niet? Moeilijke vraag want een spontane reactie na 6 maand elkaar niet meer gezien te hebben is inderdaad een warme omhelzing. In mijn verbeelding zie ik hem al lopen, de armen wijd open richting familie. Kan dit nu? Mag het? En wie wil het? Het lijkt me beter dit op voorhand in kaart te brengen, zodat we ter plaatse gênante situaties vermijden. “En iedereen moet vooral doen waar hij zich het beste bij voelt”, zeg ik.

We doen leuke dingen, het surfkamp, de uitjes, samenkomen met mensen, lekker eten en genieten. Nog steeds geïsoleerd op ons eiland, zijn de locals op elkaar aangewezen. We nodigen mensen uit, we worden op onze beurt gevraagd. Op sommige plaatsen zie ik het “normale” leven, op andere plaatsen zie ik niemand. Zoals in het hartje van het normaal zo bruisende Las Americas. Plaats genoeg om te parkeren, de boulevard is leeg, de meeste winkels zijn gesloten. Hier en daar een terrasje met wat volk, oef. Na het surfkamp knipperen Ferre zijn ogen richting het grote bord van “MC Do”. We zien de auto’s aanschuiven aan de drive-in, maar gezien we niet weten hoe de menukaart er uit ziet besluiten we naar binnen te gaan om rustig te bekijken wat we willen. Bij de inkom worden we tegengehouden door een dame in een wit ruimtepak, we moeten wachten. Ze laat ons binnen, begeleidt ons tijdens het “gel en handschoenen proces”, dan mogen we verder stappen. Ik ga naar het grote menubord, maar Ferre wordt tegengehouden. Hij moet 2 meter verder wachten, hij mag niet mee kijken. Ik leg uit dat hij mijn zoon is, we wonen samen en ik leg ook uit dat ik begot niet weet wat ik bestellen moet. Toch verbiedt ze het, we mogen niet bij elkaar staan. In één ruk trek ik mijn handschoenen uit, ik gooi ze in de vuilbak, ik verhef mijn stem en zeg dat dit niet normaal is, het is niet logisch. We vertrekken, zonder eten. Het nieuwe normaal is duidelijk niet normaal.


maandag 15 juni 2020

Na het lezen van een artikel over “ouder worden” in een Flair boekje begin ik letterlijk mijn wenkbrauwen te fronsen. Ik kijk naar mijn gezicht en ik zie lijntjes, ze vallen op. Rimpels dus. Op mijn voorhoofd, langs mijn ogen, ook rond mijn mond. Een half uurtje later kijk ik opnieuw in de spiegel en ik zie mezelf niet, ik zie alleen maar ....kreukjes. Help, ik trek met het boekje naar de farmacia en toon het product met de wonderbaarlijke vitamine C. De vrouw kijkt in haar gamma, ze hebben het merk, maar dat specifiek middel hebben ze niet. Ze zoekt in haar systeem om het te bestellen maar helaas het is niet beschikbaar. Zo gaat dat in Tenerife, niet alles is hier makkelijk te verkrijgen. En ik heb geen zin om gans het eiland af te schuimen op zoek naar dé anti-rimpel crème van Flair. Ik kies voor een goed alternatief. Dat zal ook wel zijn werk doen. Een paar dagen later koop ik een nieuwe dag- en nachtcrème. Ze passen nog net op het rekje van mijn wastafel. Naast de ontsminking, het tanden poetsen, de druppeltjes voor vanalles en nog wat, heb ik opnieuw een aantal ochtendrituelen bij.

Soms is een duwtje in de rug welgekomen. Andere mensen die je meetrekken, die een vraag stellen en je uitnodigen. Soms heb je het nodig, soms niet. Maar te weten dat anderen je er graag bij betrekken, doet oprecht plezier. Zo probeer ik Ferre letterlijk de deur uit te duwen, weg van de playstation. Dat heeft hij ondertussen lang genoeg gezien. Maar, gezien de coronasituatie zijn er weinig activiteiten. Een gesponsord berichtje op Facebook over een surfkamp trekt mijn aandacht. Ik vertel het aan Ferre en hij vindt het maar niets. Een aantal jaren geleden deed hij mee aan een stage in El Médano, het surfparadijs bij uitstek, maar dat vond hij niet leuk. Vorig jaar schreef ik hem, onder lichte dwang, in bij een multisportkamp in La Orotava. De foto’s leken geweldig: sport, spel, paardrijden én meerijden met de quad! Helaas waren er maar 2 inschrijvingen. Het 2de kindje wou niet blijven en Ferre bleef alleen achter, met de monitrice. Het werd een eenzaam gebeuren en op dag 2 ben ik hem gaan halen. De organisatie begreep me niet toen ik zei dat een kamp zonder kinderen geen kamp is. Ik heb nooit mijn geld teruggekregen en Ferre is sindsdien niet meer zo snel te overtuigen.

Iemand belt me. Hij vraagt of Ferre surfen wil. “Ik vrees ervoor”, zeg ik. “Maar ik zal het vragen”. De zonen van deze man surfen ook en de organisatie heeft momenteel weinig werk, te weinig om hun geplande surfkamp te organiseren. De vader belt dus zijn netwerk om de boel in gang te steken. Met volle overtuiging en duizend argumenten verkoop ik het surfgebeuren aan de zoon. Hij wil het proberen. Op het einde van de dag ga ik richting het kamp, ik zie hem, met een brede smile. Het was fantastisch! Hij is de oudste van de groep, maar dat stoort hem niet. Hij is niet de grootste durfal, maar hij doet het, hij zet door en ik zie vooral een blij kind. Dat duwtje in de rug heeft ons dus enorm geholpen.

Het is zover, we geven een feestje. Gezien we met maximum 20 personen mogen samenkomen, splitsen we het feest in 3 delen. Nu er nog geen toeristen zijn voelen we ons perfect veilig. Het is daarnaast een ideaal moment om met de lokale community samen te komen, want vanaf juli zullen familie en vrienden opnieuw onze tijd en aandacht vragen. Ik maak mijn lijstje met wat we allemaal nodig hebben. Rik zorgt alvast voor de drank en de bieren, ons huis begint op een café te lijken. Gelukkig hebben we vrienden die koken en vrienden die muziek maken, dus de vraag is snel gesteld en het feestje krijgt vorm. Ik wil graag een happy samenkomst. Niet gewoon een hapje eten en weg. Ik hoop op een leuke sfeer, ambiance, lekker eten en dansen. Want we hebben het verdiend, we hebben het nodig. Het dieet kan later.


maandag 8 juni 2020

Ik heb bewondering voor mensen die met het grootste gemak door het leven fladderen. Ze laten de dag op zich afkomen en het maakt hen niet uit waar ze belanden. Ze hebben nooit kou, zijn nooit misselijk en een irritant pijntje, dat kennen ze niet. Ik behoor jammer genoeg niet tot die groep. De dag start meestal met de inschatting van hoe die er ongeveer uit zal zien. Op basis daarvan bereid ik me voor. Gaan we op stap, dan moet er zeker een pulletje mee want stel je voor dat er een fris briesje opkomt. Of een ander kleedje? Bikini, handdoek, zelfs een extra slipje kan altijd van pas komen, je weet nooit. Ik hou van de zon, maar kan er niet goed tegen. Een hoedje moet mee maar ook een pet want als het te veel waait ben ik niets met de hoed, die vliegt weg. Een koekje tegen een appelflauwte, een koel watertje tegen de dorst. Dan de productjes: een zonnecrème, lipbalsem voor de gevoelige lippen, deo is geen overbodige luxe, dafalgan voor een hoofdpijn opstootje en een pilletje tegen misselijkheid want ik kan niet tegen de scherpe bochten in de bergen. En dus ook op zee ben ik geen held. Ik slaag groen uit als ik op een bootje moet. Finaal moet ik nog een half uurtje nadenken over de juiste schoenen. Slippers zijn leuk maar niet langer dan 15 minuten stappen, hoge pumps om er elegant uit te zien, lage sandalen voor het comfort, sportschoenen voor een stevige wandeling. Resultaat, de echtgenoot weet al dat ik nooit klaar ben als ik zeg dat ik klaar ben. Op dat moment heeft hij nog tijd om zijn ding te doen. Ah ja, de winterjas is een vast item van de autokoffer. Je weet hier immers nooit op Tenerife hoe koud het wordt als we de bergen intrekken.

Als weddingplanner ben ik de stiptheid zelve, maar éénmaal ik in “ontspan modus” ben, dan vind ik te vroeg komen compleet nutteloos. Ik had dat al in België, maar hier in Tenerife is het gewoon normaal als je te laat komt. Niemand kijkt daar van op. Maar nu moet ik mezelf toch tot de orde roepen! De vorige weken kwam ik steevast te laat op mijn tennis afspraak en dat is vervelend voor mijn tennispartner. Soms was het mijn fout, soms niet, maar het resultaat liegt niet. Deze week herpak ik mij. Ik zit 15 minuten vóór de start van het spel op het terras van de club. Helemaal alleen in alle rust. Ik geniet van de stilte en ben fier dat ik er eerst ben. Tot de clubtrainer binnenkomt en zegt “Ana, qué pasa?” en we beiden spontaan beginnen te lachen. Oeps, ze kennen me al.

Het is zondag, onze huwelijksverjaardag. Rik wil snel vertrekken. Ik heb nog enkele rituelen af te werken vooraleer de dag beginnen kan. Ik haast me, hij wacht, zoals altijd. We rijden gans het eiland rond, komen in prachtige baaien waar het water heldergroen is. We rijden door het corona woud en kijken elkaar verwonderd aan. We moeten tanken maar hebben tijd. We besluiten te gaan eten in een grot in Santa Cruz. Ik bel en de eigenaar zegt dat het oké is, we mogen komen maar we moeten stipt op tijd zijn en moeten na anderhalf uur onze tafel afgeven. Blijkbaar is het een populaire plaats en door het corona gebeuren is hij beperkt in zijn bezetting. “Geen erg”, zeg ik. We hebben nog een uurtje tijd en de gps geeft aan dat we er na 55 minuten zijn. De mooie directe verbinding richting eindbestemming blijkt onderbroken. Rotsblokken op de weg. We moeten de bergen in. Ik slaag terug een beetje groen uit. Het lichtje pinkt, we kunnen nog 70 km rijden en dan moeten we duwen. De bestemming ligt op 50 km afstand. De bochten worden scherp, de tijd tikt, ik volg de routebeschrijving van de Facebook pagina. We komen aan op onze bestemming, 2 minuten te vroeg. Maar geen restaurant te bespeuren. Na wat gezeur in de auto zoekt Ferre via google naar het adres van de grot. Die ligt 15 km verder. We worden onrustig, maar volgen snel de nieuw route. Eenmaal aan tafel merkt Rik op dat ik er een beetje gespannen uitzie. Tja, rennen naar de ingang om onze tafel te behouden, met nog 5 km brandstof in de auto, dat doe ik niet alle dagen. Rik bestelt een creatieve salade met appel, kaas en kip “para compartir” en we laten het ons smaken.


maandag 1 juni 2020

Ik sta op het padelplein, een tennisveld, ergens op een feestje met een glas rosé, heb een goede babbel met iemand die ik al lang niet meer gezien heb, ik ruik de geur van barbecue en voel de sfeer van mensen bij elkaar, we kaarten met z’n vier.....We pikken de draad terug op. Het zijn momenten die me niet aan corona doen denken en het doet me goed. Want als er één maand van het jaar zal zijn waarin het heel veilig is, dan is het in juni. Het virus is zo goed als onbestaande op ons eilandje en er zijn nog geen toeristen die onze kant op kunnen. Wat juli brengt, dat weet niemand.

Vanaf juli gaan we sowieso “mengen”. De zoon wil absoluut op bivak met de Chiro en ik wil hem dat niet afnemen. Ik ga ook naar België, mijn broer komt naar Tenerife. We mengen families en landen, we proberen het op een zo veilig mogelijke manier te doen maar we hebben besloten om te leven. We moeten ons leven leiden, zonder angst.

De liefde overwint alles, zelfs de afstand tussen België en Tenerife. Een vriend in België belt me. Hij wil zijn vrouw verrassen, ze leven sinds 3 maanden noodgedwongen gescheiden. Ze is een risicopersoon dus moet ze in Tenerife extra voorzichtig zijn. Ik bezorg een ontbijtmand met cava, gerookte zalm, en zoveel meer. Hij weet perfect wat ze graag lust. “Na 26 jaar kan dat niet anders”, klinkt het. Ik bezorg bloemen. Niet zomaar bloemen, ik ga op zoek naar strelitzia’s. De bloemist zegt me dat ze pas “mañana” aankomen. Ik ga de dag na “mañana” en ze zijn er nog steeds niet. Ze doen een spoedbestelling en na een uur wachten komt er een bestelwagentje aan met de perfecte bloemen. Wanneer de vriendin in kwestie de cadeautjes één per één in ontvangst neemt, zie ik de tranen in haar ogen. Missie geslaagd.

Het “vieren van de liefde” dat is mijn plan. Niet alleen mijn liefde, eveneens de liefde tussen anderen. Als weddingplanner sta ik aan de zijlijn van het grote gebeuren, maar ik beleef het heel intens mee. De eerste gesprekken met het koppel, luisteren naar hun dromen en de werkelijke uitvoering van de huwelijksdag. Trouwen in Tenerife is gewoon romantisch, daar kan je niet van onderuit. En klanten worden vrienden. Door die éne bijzondere dag voor hen te regelen en mee te beleven, zo bijzonder en uniek, het is onvergetelijk, het schept een band. Hoe erg ik op dat moment bezig ben met de planning, meerdere traantjes werden reeds in het geniep weggepinkt.  

Helaas is de zomer verloren, we mogen niet feesten. Gelukkig is uitstel geen afstel. De huwelijkskoppels bevestigen dat ze het later willen doen. Ik contacteer mijn collega en al is het soms moeilijk, we behouden onze drive. We moeten nu gewoon deze maanden overbruggen en naar de toekomst kijken. Een enthousiaste bruid volgt gretig het nieuws en stuurt me berichtjes. Een andere dame is teleurgesteld maar ze geeft de moed niet op. Voor haar was dit huwelijksfeest juist een beloning, een hoogtepunt, na een moeilijke familiale periode. Ze zal nog even moeten wachten. Een jong koppeltje contacteert me, ze willen trouwen in 2021 en hebben grootse plannen.

Daarnaast is het tijd voor ontspanning. Ik heb er lang naar uitgekeken, we mogen naar het strand. Ik steek alle spullen in de auto en we vertrekken vroeg in de ochtend. Het is bewolkt maar het trekt straks wel weer open, denk ik. We gaan eerst ontbijten in Palm-Mar. We nemen onze tijd, we maken er een rustig dagje van. We rijden naar het zandstrand van Los Cristianos. Het is er nog steeds bewolkt. Het strand ligt niet vol, we hebben nog plaats. Maar eerst gaan we nog iets drinken in de beach bar. Ik geraak met Rik aan de praat, Ferre niet, die speelt op zijn Iphone. We praten over het werk en de toekomst. Rik belt met zijn baas, ze moeten elkaar nog zien vooraleer hij morgen naar België vertrekt. We druipen af richting auto, ons hoofd vol met zakelijke kronkels. Het is nog steeds bewolkt. Zalig genieten van zon, zee en strand zal voor een andere keer zijn. Ferre vindt het allang oké. De strandzak blijft in de koffer, wachtend op een nieuwe dag.


maandag 25 mei 2020

Naast sleutels, portemonnee en zonnebril is mijn mondmasker een vast onderdeel van de inhoud van mijn handtas. Het blijft nog steeds een irritant ding, waarbij je dus uitgeademde lucht terug inademt. Er is toch een goede reden waarom die lucht uit je lijf moet, denk ik dan? Die hoeft echt niet meer terug naar binnen. Ik draag het masker enkel wanneer het niet anders kan. Zoals op de vlooienmarkt bij 30 graden met andere bezoekers. Zweetdruppels mengen zich probleemloos met mijn getinte dagcrème en zetten zich gezellig vast op de binnenkant van het masker. Het kriebelt.

“Dat schuurt de darmen”, met die stelling ben ik opgegroeid. Een andere manier om te zeggen dat je niet dood gaat van een keertje niet je handen te wassen of iets van de grond te plukken. Hygiëne is belangrijk, maar niet overdrijven. Zie ons vandaag bezig. Een schril contrast met onze opvoeding. We speelden in de velden, maakten kampen en wie durfde te proeven van de zelfgemaakte indianensoep op basis van een handjevol modder, was steevast de held.

Maar het virus heeft ons angst aangedaan. We durven bijna niets meer aan te raken, alsof het zich overal wel ergens verschuilt? En dat terwijl er in Tenerife dagelijks 1 à 2 besmettingen bijkomen. Ik probeer er mijn leven niet door te laten leiden en vooral mijn logisch verstand te gebruiken. Al is dat niet makkelijk, we moeten de vele regels volgen. Soms zijn ze absurd. Het is oké om te zonnebaden op het strand, maar dat moet als een uitgeperste citroen, want een drankje kan niet.

Ik stap een schoenwinkel binnen. De vriendelijke dame toont me haar nieuwe collectie. De sandalen zijn prachtig, ik wil ze aan. Maar dan komt de uitleg over de procedure “hoe een schoen te passen in coronatijden”. Ik moet handschoenen aan, de gebruikelijke gel en een plastiek rond mijn voet. Mijn oorspronkelijk enthousiasme verdwijnt als sneeuw voor de zon. Deze gevoelige voeten willen testen met welk materiaal ze te maken hebben, maar helaas is dat niet mogelijk. Ik pas, voel alleen maar plastiek, stap rond in de winkel met de sandaal en voel alleen maar .....plastiek. De sandaal ziet er mooi uit en ik koop ze. De drang om een nieuw paar schoenen is gelukkig groter dan het ongemak. Dit wordt mijn corona sandaal. Eénmaal thuis pas ik opnieuw, ze zitten goed.

De keuken, die half februari klaar had moeten zijn, is bijna volledig afgewerkt. Het werd een lange weg met weinig “ups” en veel “downs”. Ik ben werfleider, een functie die me ongevraagd werd toegewezen. Je weet wel, dat is zo iemand die alles controleert en dan vaak het slechte nieuws brengt dat het niet goed is of tenminste niet goed genoeg. De werkman raakt geïrriteerd door mijn 65ste opmerking. Ik hou voet bij stuk, maar de stress en twijfel slaan toe. Moet ik nu mijn lat lager leggen? Mag ik niet verlangen dat het werk perfect uitgevoerd wordt? Is het teveel gevraagd een dampkap te wensen die kookgeuren opzuigt in plaats van uitblaast? Ik ben geen expert, maar ik zie het verschil tussen een goed en een minder goed resultaat. Maar misschien moet ik toch een beetje mijn verwachtingen bijstellen. Wanneer ik ’s avonds een paar glazen afwas en mijn tenen nat worden doordat het water onderuit de kast verschijnt, voel ik opnieuw een lichte irritatie. De werkman heeft de leiding vergeten te sluiten. Tja, kan gebeuren?

Maar het leuke nieuws van deze week is dat we voorzichtig plannen maken voor de zomer. En daar fleur ik van op. Onder voorbehoud kunnen we de komende drie maanden indelen. Als alles goed gaat kan Ferre mee op bivak met de chiro van Lembeek, komt een deel van familie naar Tenerife en kunnen we op vakantie gaan naar één van de Canarische eilanden. Mooie vooruitzichten. Het plannen kan beginnen. 


maandag 18 mei 2020

Deze week draait rond verandering. Nieuwe regels betekenen een new way of life of ten minste opnieuw een aantal dingen aanpassen en bijstellen. In plaats van te kijken naar wat niet mag, bedenken we wat wel kan. Padel met twee is moeilijk, maar tennis is oké. Toch lijkt het veld zo groot als de oppervlakte van Siam Park wanneer ik dat verdomd balletje raken wil. Gelukkig is de conditie van mijn tennispartner ook niet wat het ooit geweest was. We zijn aan elkaar gewaagd. Een spelletje zit er niet in maar we strijden wel om de langste rally. Na de eerste stijfheid is mijn lijf blijkbaar blij dat het kan springen en lopen. Met flair slaag ik de balletjes terug, toch neem ik even de tijd om het bergachtig decor te bewonderen. De beloning achteraf op het gezellig terras van de tennisclub met een stukje zeezicht maakt de start van de dag gewoon perfect.

 

We beleven nieuwe hoogtepunten, een restaurant bezoek. Al loopt het vooraf gedeelte niet van een leien dakje. Weg is de spontaniteit van last minute een hapje te eten. Diepgaande research is nodig om te bekomen wat we willen. Ferre wil een typisch Canarisch vleesrestaurant maar het is niet makkelijk om er één te vinden met genoeg buitenruimte. Dankzij een inside tip van een vriend ontvangen we een link met een online reservatiesysteem van een degelijke, gekende resto. We boeken! Goodbye spontaniteit, maar welkom aan de culinaire uitstap.

 

Het doet deugd te zien dat er terug leven in ons klein dorpje is. De bakker bakt zijn taartjes, de beenhouwer promoot zijn hoevekip, een koppeltje drinkt koffie op het terras van een bar en enkele mensen lopen rond langs de weg. Een beeld dat ik sinds weken niet meer gezien heb. Ik bezoek het antiek uitziend kledingwinkeltje, anno ‘80, maar ze hebben veel spullen, waaronder de Levi’s boxershorts die Rik zo erg nodig heeft. Het oud vrouwtje is lief, ik denk dat ze lacht, maar dat zie ik natuurlijk niet gezien haar mondkapje. Ze is blij dat ze terug open mag. Ik koop wat ik nodig heb en op de terugweg naar huis breng ik nog even een bezoekje aan de werkende echtgenoot. Er zijn nog veel coronaregeltjes die we moeten volgen, maar dankzij mijn uitstapje ervaar ik vrijheid.

 

We mogen samenkomen met z’n tienen. Sommige buren nemen dat heel letterlijk en links en rechts hoor ik het uitbundig geluid van gezelligheid en de geur van gegrild vlees. Canario’s kunnen luid praten, merk ik op. Wij komen ook buiten, al is het voorzichtig. We maken er een kaartnamiddag van met vrienden, met een hapje en een drankje. Ferre speelt zijn spelletjes op zijn kamer maar komt regelmatig naar beneden om de sfeer op te snuiven en natuurlijk elk hapje te proeven. Later op de avond zitten we met z’n allen rond de gloeihete teppanyaki plaat, bij ons omgedoopt tot “de plancha”, om het gegeven te verspaansen. De gekruide gamba’s ruiken heerlijk, de sterke lookgeur komt ons tegemoet. In Tenerife hoef je je om een lookadem niet te schamen, het hoort er gewoon bij. Ik ruik het niet meer. We grillen, pellen, eten....en opnieuw en opnieuw. Het is de beste maaltijd sinds lange tijd. Niet omdat ik zo fantastisch kan koken, wél omdat we eindelijk weer de gezelligheid ervaren om met z’n allen in groep rond de tafel te zitten, naar elkaars verhalen te luisteren en werkelijk te genieten van het samenzijn.  


maandag 11 mei 2020

Voorzichtig past mijn brein zich aan de nieuwe realiteit aan. We mogen weer iets meer. Ik voel me net een sperzieboontje dat na het koken met ijskoud water wordt opgeschrikt, zodat het zijn mooi kleurtje behoudt. Net zoals ik het moeilijk had met de lange opsluiting, heb ik het moeilijk te beseffen dat we effectief buiten mogen. Mijn hoofd doet alle moeite om de regeltjes te lezen en goed te leren wat wel en niet mag. Ik voel me een beetje nerveus. Zijn we er zeker van? Mogen we echt rondtoeren op het eiland en afspreken met mensen? Het is alsof één deel van me zegt: “Blijf anders gewoon thuis, dat is simpel en zo slecht nog niet”. Maar het ander deel wil absoluut buiten, wil opnieuw leven, wil plezier maken. Dus ik zet voort. Ik ga verder met de combo’s van regels. Die geven nog een kleine kortsluiting. Dus.... dan kan ik met ons gezin naar Los Cristianos rijden om iets te eten, maar wandelen is er verboden? Ik mag met vrienden op een terras, maar moet ik dan op een afstand van hen zitten? Dat worden lange tafels, denk ik dan.

 

Daarnaast betekent de versoepeling van maatregelen een groot onderhoud. Niet voor het huis, elke kast is sinds lange tijd grondig ondersteboven gehaald. De opknapbeurt is voor onszelf. Tandarts, check-up, kapper, ... noem maar op. Zonder te beseffen loop ik sinds enkele weken met pijnlijke gewrichten en hoofdpijnen. Nu ja, migraine is bij ons in de familie kind aan huis, maar de laatste weken is het hardnekkig aanwezig. Gelukkig mag ik snel naar de osteopaat. Ik test regelmatig iets nieuw en de lockdown gaf me de kans om na te denken over dit volgend project. Naïef lig ik op de tafel, totaal onvoorbereid op wat komen zal. Mijn benen en armen vertonen één centimeter verschil. Ik schrik ervan en vraag me af hoe die man dat gaat oplossen. Bij het tweede uitblaasmoment gebeurt het, zonder te beseffen, een krak van jewelste, een oorverdovend scherp geluid fluit tussen mijn oren. Ingeboterd en uitgekraakt verlaat ik na een uur verdwaasd de tafel. Het is een verrijking, bevrijdend, maar tegelijkertijd de verschrikking van mijn leven.

 

Tijdens mijn dagelijkse routinewandeling merk ik de openstaande deur van de pedicure. Ik glip binnen en vraag om een afspraak. Ze is niet bepaald vriendelijk, ze kent me niet gezien de uitbating ondertussen verschillende keren gewijzigd is. Ze zet haar mondmasker op en mompelt iets onverstaanbaars. In mijn beste Spaans maak ik een mopje over mijn verwaarloosde tenen met een resterend vleugje verf maar ze lacht niet. Grappen in een andere taal, dat is niet aan iedereen gegeven. Ik kan het niet. De dame kijkt in haar agenda, ik moet een week wachten op een afspraak, alles zit vol. Het was te denken, ik ben te laat.

 

Een gevolg van emigreren is dat je bijvoorbeeld met moederdagen niet goed weet welke dag je als echte feestdag beschouwt. Want de Spaanse dag, die wordt soms vergeten. En ik doe liever mee met het Belgisch feest, maar ja, we wonen er niet meer. Dan maar tweemaal, dat is prima. Na ontvangst van felicitaties, een dikke knuffel en een brunch, wordt dit opnieuw een zondag met veel tijd. Maar ik denk niet aan vandaag, mijn hoofd zit al in de volgende week. Ik zorg voor een geordend huis en een laatste strijkje. Mijn legging gaat de kast in, ik zoek alvast een leuk kleedje uit. Het lijkt alsof we op vakantie vertrekken, maar dan zonder koffer. Het wordt een nieuwe, spannende week vol avontuur. Mijn verwaarloosde agenda krijgt opnieuw kleur en zingeving, na tal van weken elke geplande activiteit één voor één te schrappen. We maken afspraken met vrienden, als het goed is dan drinken we samen en als we geluk hebben een restaurant te vinden, dan eten we. Uit voorzorg voorziet mijn vriendin een back-up plan, plan A en B, want we zijn er nog niet gerust in.

 

Ook Rik wacht in spanning de bestellingen van de Belgische bieren af. De horeca mag, mits een aantal voorwaarden, open. Maar gebeurt dit effectief? Het wordt onrustig op Facebook, de Belgische horeca-uitbaters twijfelen en vragen zich af hoe het zal zijn. We zijn benieuwd. We analyseren de situatie. Zullen mensen zich verder opsluiten of juist buiten komen en voorzichtig genieten van een terrasje? Op enkele gestrande toeristen na, zijn de meeste vakantiegangers met de noorderzon verdwenen. Maar Tenerife telt bijna één miljoen inwoners, die mensen zullen vast en zeker goesting hebben in een Belgisch biertje op een zonovergoten terras!

 


Maandag 4 mei 2020

An Struelens is weddingplanner en woont met haar gezin in Tenerife. Haar man Rik werkt bij Transbelga, zoon Ferre is 14 jaar en gaat naar een Spaanse school in de buurt. Het leven gaat zijn gewone gang, zelfs in Coronatijden.

Koen belt me en vraagt of ik schrijven wil, hij leest me graag. Ik ontvang met plezier zijn compliment. Mijn fantasie vervoert me naar een tijdperk waar je met zo’n ganzenveren pen in de inkt drukt en de mooiste kronkels maakt op een stevig wit papier. Zalig moet dat zijn. De edeldame zag er in de film steevast fris en elegant uit. Het huidig tijdperk is echter anders. Opkleden hoeft niet, gewoon laptop, drankje en tokkelen maar. Woorden worden in sneltempo neergetikt en opnieuw weggeveegd alsof ze nooit bestonden. Gretig schrijf ik het leven van afgelopen week.

Een hoogtepunt, de verjaardag van de zoon. Mijn moederhart breekt omdat ik het beloofde feest niet geven kan. Als alternatief maken we een opgepimpte versie van een gewone dag. Tonnen felicitaties en telefoontjes volgen tijdens het uitgebreid feestontbijt. Kleine cadeautjes zitten verstopt in en rond het huis, de familie geeft op afstand met koude en warme tonen aan waar hij zoeken moet. Frietjes komen aan huis, op bestelling van bij de Belgische frituur. On top of the bill wordt het een avontuurlijke verjaardag, na een valmoment met schaafwonden en bloed als gevolg van een wandeling tussen de rotsen. Wanneer Ferre me ’s avonds vertelt dat hij een leuke dag gehad heeft, beter dan verwacht, dan weet ik dat hij veerkrachtig is en een goed aanpassingsvermogen heeft. Ik ben fier, want het zijn kwaliteiten die hij nog vaak nodig zal hebben.

Kleine dingen zoals koken, samen eten gevolgd door een “dank je wel, het was lekker”, daar geniet ik van. Samen naar “De mol” kijken of “Mijn restaurant”, tja het zijn programma’s die me even doen wegdromen. Al lopen die allemaal op zijn einde en hopelijk komt er snel iets nieuw in de plaats. Daarnaast ben ik fan van een spannende Netflix serie. We selecteren “Into the night” een veelbelovende Belgische productie. Jammer genoeg lost het onze verwachtingen niet in. Het is een trillerserie maar we lachen. Teveel toevalligheden. Toch blijven we kijken, ik wil weten hoe die nacht uiteindelijk eindigt.

Het is 8 uur ‘s ochtends, ik spring uit bed. Een wekker hoeft niet, mijn biologische klok zegt me dat de dag begint. We trekken de bergen in, we hebben nog tijd vooraleer ons tijdslot erop zit. Want om 10 uur zijn de 70-plussers aan de beurt. Onderweg puf ik, Rik trekt me lachend voort, mijn conditie heeft duidelijk een make-over nodig. Boven genieten we van mooie vergezichten. Prachtig is het hier. Zo dichtbij en nog nooit geweest, corona geeft ons de kans om de natuur dichtbij huis te ontdekken. We zien de Rode berg van El Medano die als het ware statig in de zee zijn plek inneemt, er hangen wolken maar gelukkig niet nabij de zon. Ik voel de warmte en besef ten volle hoe goed we het hebben. Het virus loert hier niet om de hoek, het is er niet.

Op dat moment gaat Rik zijn telefoon. Een vrouw praat met een gebroken stem. Haar man is net gestorven en ze huilt. Tussen de tranen door vraagt ze hoeveel een verhuis naar België kost. Na vele jaren gaat ze terug naar haar geboorteland, maar eerst moet ze nog een lange weg afleggen. Ze is hulpbehoevend, gekluisterd aan haar bed en moet revalideren. Ik luister mee en aanhoor haar torenhoge verzorgingskosten. Rik brengt haar in contact met “We do care”, een organisatie die in deze situatie het verschil kan maken. Het gesprek stopt. We worden er beiden stil van en stappen in mineur de berg af.

Na 7 weken in strikte lockdown betekent wandelen een wereld van verschil. De dag heeft meer zin, er is een opvulling, iets om naar uit te kijken. Ik ben al lang niet meer boos en verdrietig. Lamgeslagen door de gebeurtenissen van de afgelopen tijd, ben ik blij dat we iets krijgen. Als zoveel dingen je afgenomen worden, dan ben je tevreden met het minste. Zo voelt het. Ik verzet me niet, ik doe gewoon mee. Gezien ik graag een zicht heb op de toekomst, ben ik opgelucht dat Spanje een plan heeft. En, al mocht het sneller, het is naar mijn gevoel een goed plan. We hebben een houvast, we hebben hoop op beterschap, we hebben toekomst en dat geeft me kracht. Ik ban alle negatieve gedachten uit mijn hoofd. Want positieve mensen trekken ook positieve dingen aan. Daarnaast besef ik nu pas wat genieten van de kleine dingen des levens echt betekent. Voordien zei ik het ook, maar nooit zo gemeend als vandaag. Het heeft zoveel meer betekenis. Ik ben er zeker van, dit gaan we nooit vergeten.