Tarwe-, gerst- en linzenzaden veranderen de geschiedenis van Fuerteventura

Tarwe-, gerst- en linzenzaden veranderen de geschiedenis van Fuerteventura

Geschreven op 16-05-2020


Voor het eerst was het mogelijk om de landbouwactiviteiten van de ‘majos’, de oorspronkelijke bewoners van het eiland, te bevestigen. De analyse van enkele in de Cueva de Villaverde (grot) gevonden zaden heeft de archeologie van Fuerteventura op zijn kop gezet, aangezien het voor het eerst mogelijk is om aan te tonen dat de ‘majos’ zo ‘n 1600 jaar geleden aan landbouw deden.

Het bedrijf ‘Arenisca, Arqueología y Patrimonio’ hervatte het onderzoek in deze grot in 2018 met als doel de erfgoedrijkdom van een van de belangrijkste locaties in Fuerteventura te herstellen omdat die grot 800 jaar lang werd bewoond door de oude ‘majos’. De archeoloog-directeur van Arenisca, Rosa López, zegt dat "deze werken ons in staat hebben gesteld gedurende een zeer lange periode verschillende momenten van menselijke bewoning in de grot vast te leggen”.

Een van de belangrijkste bevindingen van deze campagne was het terugwinnen van een groot aantal zaden zoals gerst, tarwe en linzen. Na analyse geven de resultaten aan dat de zaden een geschatte leeftijd hebben van respectievelijk 1.300 en 1.600 jaar en doen ons veronderstellen dat tussen de 5e en 8e eeuw na Christus de eerste inwoners van Fuerteventura de landbouw beoefende.

Deze bevindingen bewijzen de teelt van planten op dit eiland en veranderen de kennis over zijn oude bewoners, de Majos. Tijdens de contacten met Europese ontdekkingsreizigers in de 14-15e eeuw wordt Fuerteventura beschreven als een stad die de landbouw niet kent en wiens eetgewoonten waren gebaseerd op de consumptie van melk en vlees van geiten en schapen, maar ook op visserij en schaaldieren, vertelt López.