Vilaflor huldigt de wasvrouwen

Vilaflor huldigt de wasvrouwen

Geschreven op 23-06-2020
Guy Devos


Vrouwen uit de medianias (gebieden tussen 600 en 1.500 meter hoogte) en uit nederige gezinnen komen, die zich geen watervoorraden konden veroorloven om hun kleren en gebruiksvoorwerpen schoon te maken, gingen naar de openbare wasplaatsen, waar het water uit de galerijen vloeide.

Zeven jaar geleden besloot een groep vrouwen uit de Asociación de la Tercera Edad uit Vilaflor de Chasna, in samenwerking met het gemeentebestuur, om het leven en werk van de wasvrouwen op het platteland te herdenken. Een initiatief dat het historisch gebruik moet ensceneren bleek een voltreffer te zijn en trok steeds meer de aandacht van talrijke toeristen.

Rosa Amelia García Hernández, penningmeester de groep oudere dames en zelf een van de wasvrouwen, herinnert zich de nostalgie momenten en de anekdotes van haar moeder en van familieleden die op de wasmomenten werden verhaald op de locatie die El Chorrillo wordt genoemd.
Tijd zat om te verhalen te vertellen en te roddelen terwijl klederen met zeep en water werden bewerkt.

Vroeg opstaan was elke keer de boodschap, want anders moest je vechten om aan de kant van het schone water te staan. Als je te laat toekwam kon je je was spoelen in het spoelwater van een ander.
Op deze wasplaats werd er cabrilla, een mengsel van gofio en suiker gegeten, om de kou en de honger in de loop van de wasdag te bestrijden, vaak vergezeld van een trancazo van wijn.

Naast het feit dat El Chorrillo een was- en ontmoetingsplaats was, was het in vroegere tijden ook de plaats waar de openbare watervoorziening in het dorp toekwam. De eerste leidingen van de bronnen Traste de Doña Beatriz en Madre de Abajo eindigden daar. Van daaruit werd het water verdeeld, enerzijds voor menselijke en dierlijke consumptie, anderzijds om te voldoen aan de basisbehoeften van hygiëne en gezondheid.

De showende wasgroep is ontstaan in 2013 om het werk van de wasvrouwen blijvend te herinneren. Daar is ook het idee ontstaan om op te treden telkens voor 400 toeschouwers. Zij zochten zelf de kostuums en de props bij elkaar die nodig zijn om het tafereel levendig uit te voeren. Elke keer lopen zij gekleed als in het verleden, met hun manden vol kleren op het hoofd, zingend de straat op naar de wasplaatsen. Telkens een oprecht mooi en emotioneel moment.