NIET VERBRANDEN, WEL COMPOSTEREN

NIET VERBRANDEN, WEL COMPOSTEREN

Geschreven op 10-12-2019
Guy Devos


Het verleden heeft aangetoond dat verbrandingsovens op Tenerife geen enkele kans maken als het gaat om afvalverwerking. Begin de eenentwintigste eeuw is er een hele heisa ontstaan toen een afvaardiging van lokale besturen naar Zweden afreisde om een kijkje te nemen hoe de Scandinaviërs hun afval milieuvriendelijk in rook lieten opgaan. Daarna werd er door de bevolking maandenlang betoogd tegen een voorziene verbrandingsoven en uiteindelijk kregen deze betogers hun gelijk.
Er werd aan de P.I.R.S, nu het Complejo Ambiental genoemd, in Tajao (Arico) geen verbrandingsoven gebouwd. Het stort werd verder uitgebreid. Vandaag rijden er dagelijks honderden vrachtwagens per dag aan en af. Ze komen van overal om er hun afval storten. Een ongeziene situatie die vooral geen blijvende oplossing biedt.

De eilandregering van Tenerife voorziet nu in een composteerinstallatie als alternatief voor de verbranding van afbreekbare afvalstoffen. Voor Minister José Antonio Valbuena is deze methode sneller, duurzamer en veel goedkoper. Daarenboven zal de doelstelling om 40% van het afval op Tenerife te elimineren gemakkelijker behaald worden. Daarom heeft de bestuurlijke overheid het bedrijf Tragsatec opdracht gegeven om een haalbaarheidsstudie uit te voeren van een composteringsinstallatie in de omgeving van de Montaña Birmagen, in de gemeente El Rosario.

Dit alles kadert in een Europese richtlijn waarin het jaar 2035 als limiet wordt gesteld om afval op stortplaatsen te reduceren tot maximum 10%. Vandaag ligt dat cijfer op Tenerife tussen 60 en 70%, wat een half miljoen ton afval vertegenwoordigt.
Wat het prijskaartje betreft is het koffiedik kijken, maar op alle niveaus is men ervan overtuigd dat composteren veel goedkoper zal zijn dan de 150 miljoen euro die de regering van de Canarische Eilanden voor de twee verbrandingsovens heeft vooropgesteld. 

Het eindproduct zal compost leveren van een hoge kwaliteit dat gebruikt kan worden in de land- en tuinbouwsector. Een win-winsituatie waar iedereen van profiteert, vooral ook het milieu.